Men spreekt van een vertraagde spraak- en taalontwikkeling wanneer een jong kind in zijn spraak en taal duidelijk achterblijft bij leeftijdgenootjes. Het kind spreekt (nog) niet of opvallend minder; het spreekt in onvolledige, kromme zinnen; het spreken is minder goed verstaanbaar en soms begrijpt het kind niet goed wat er gezegd wordt. Een vertraagde spraak- en taalontwikkeling kan samenhangen met andere stoornissen zoals slechthorendheid of een algehele achterstand.
Afasie is een taalstoornis die ontstaat door een hersenletsel in de linker hersenhelft. Dit hersenletsel wordt meestal veroorzaakt door een beroerte (CVA), maar kan ook ontstaan door een hersentumor, een ongeval of een andere aandoening in de hersenen. Afasie komt hierdoor meestal voor bij oudere mensen, maar ook bij jongeren kan hersenletsel ontstaan met afasie als gevolg. Verbetering van de taalproblemen treedt meestal op in de eerste drie tot zes maanden van het herstel.
Men spreekt van twee- of meertaligheid wanneer kinderen tijdens hun ontwikkeling in aanraking komen met meer dan één taal. Het gaat hierbij om kinderen van ouders met verschillende moedertalen, die vanaf de geboorte tweetalig worden opgevoed. Daarnaast gaat het om kinderen van anderstalige ouders die thuis hun moedertaal leren en in kindercentra of op school het Nederlands als tweede taal. Meertalige kinderen kunnen een spraak- en taalachterstand hebben in het Nederlands.
Communicatie is het contact tussen mensen. Wanneer het gaat om communicatie tussen anderstalige en Nederlandse volwassenen, is een goede kennis van de Nederlandse taal niet het enige dat belangrijk is. Het verstaanbaar spreken en het in acht nemen van de geldende communicatieregels vormen een essentieel onderdeel van het communiceren in een andere taal. Verstaanbaar Nederlands spreken kan voor allochtone volwassenen en jongeren die de Nederlandse taal leren een probleem zijn.